Voorwoord

Na het vaststellen van het nieuwe kwalificatiedossier voor de software development niveau 4 is de vraag ontstaan over de cijferstructuur voor het beoordelen van de project gebaseerde materialen op kennis en kunde. Wat zijn de mogelijkheden en waaruit bestaat de beoordeling momenteel? Hoe is de opzet en welke verdeling is hiervoor opgezet? Zit er structuur in de aangeboden toetsing en wat passeert de revue bij het vaststellen van toetsingen?
Is er een andere afgebakende wijze om de cijferstructuur los te laten? Dit zijn vragen welke ik onderzoek tijdens dit beroeps product. Sommige onderdelen zullen afgeblokt zijn in verband met mogelijke vertrouwelijke informatie.

TOETSEN EN BEOORDELEN

 

Gekoppelde docentaken

Bij de gekoppelde taken heb ik de hoofdstukken dik gedrukt toegevoegd om kenbaar te maken in welk onderdeel van deze verslaglegging de onderwerpen terugkomen.

 

3.3 De docent – conform teamafspraken – werkvormen kiest die passen bij doel, doelgroep, leerstijlen van studenten en context van de leeractiviteit.

Resultaat:

  • Een uitvoeringspraktijk waarin de docent kan signaleren welke student een aangepaste aanpak nodig heeft, ondersteuning kan vragen of kan doorverwijzen naar specialisten.

 

4.4   De docent met de student gedurende het leerproces de voortgang in beeld brengt en de student ondersteunt in het opbouwen van een portfolio.

Resultaat:

  • Een met het team afgestemde systematiek voor het vastleggen van de studievoortgang. De student, de loopbaanbegeleider en examinatoren/ assessoren kunnen deze systematiek gebruiken

 

4.6 De docent verzuim signaleert en andere factoren die de studievoortgang belemmeren en zo nodig actie onderneemt.

Resultaat:

  • Een systeem waarin informatie over factoren die de studievoortgang belemmeren wordt vastgelegd. Het systeem kan ook gebruikt worden voor de verzuimregistratie.

 

5.1 De docent met studenten de beroepspraktijkvorming voorbereidt.

Resultaten:

  • Een met het team afgestemd onderwijsprogramma voor ‘solliciteren’, kennismaken met en gedragsregels in het leerbedrijf.
  • De student is in grote lijnen op de hoogte van wat hij in het leerbedrijf kan leren, wat hij van zijn begeleider kan verwachten en hoe hij in het bedrijf zijn leerresultaten kan bijhouden.

 

6.1 De docent bereidt de student voor op zijn ontwikkelingsgerichte toetsing en examinering, op basis van de team- en instellingsafspraken.

Resultaten:

  • De student weet hoe hij beoordeeld wordt en hoe hij zich daarop moet voorbereiden. Onderwijs en examinering sluiten op elkaar aan.
  • De student weet welke beoordelingen ontwikkelingsgericht en welke kwalificerend zijn.

 

6.2 De docent zorgt voor een passende organisatie van de ontwikkelingsgerichte toetsing en examinering, op basis van de team- en instellingsafspraken.

Resultaten:

  • De student voert de ontwikkelingsgerichte toets of het examen uit onder de juiste afnamecondities.
  • De student weet wat hij kan verwachten.
  • De beoordeling is correct en leidt tot verdere ontwikkeling of tot een valide en betrouwbaar examenresultaat.


Voorbereiding

Om een goed beeld te krijgen van juiste toetsing is het belangrijk om de criteria in beeld te hebben vanuit het Kwalificatiedossier(KD). Zodoende kan de huidige situatie namelijk het aftoetsen ten opzichte van een alternatief goed in kaart worden gebracht. De opleiding Software development bestaat uit de volgende lagen aldus bron;

www.stichtingpraktijkleren.nl.

 

 

Volgens stichtingpraktijkleren.nl is de volgende verdeling per werkproces of onderwerp leermiddelen onderverdeeld in categorieën verdeeld: 

praktijkmodules (focus op het aanleren van kennis),
praktijkcases en simulaties (focus op toepassing en vaardigheden),
beroepenprojecten (de focus op beroepshouding en combineren van kennis en vaardigheden) en
materiaal van derden (diverse onderwerpen en materialen) toegevoegd.

 

Er zijn afkortingen waarover gesproken wordt te noemen;
Het profieldeel (P). Profielen bestaan uit kerntaken (K) en werkprocessen (W) waarop de kwalificaties in dit kwalificatiedossier van elkaar verschillen.

De beroepsopleiding in het mbo is gebaseerd op een kwalificatie en één of meer keuzedelen (D). Keuzedelen hebben tot doel om bovenop de kwalificatie een verdieping of verbreding te leveren bij de toerusting voor de arbeidsmarkt of een extra voorbereiding voor een vervolgopleiding. De beschikbare keuzedelen voor dit kwalificatiedossier zijn te vinden op www.s-bb.nl/keuzedelen. Op deze website staat ook een overzicht met alle keuzedelen gekoppeld aan kwalificaties. (“SBB”, z.d., p. 4)

Voorbereiden en afnemen huidige situatie

Als beginnend docent heb ik met het toebedelen van dit beroepsproduct en het matchen van de docent taken een goede structuur kunnen maken voor deze opzet. Als zij-instromer kijk ik toch met een andere blik naar bestaande processen. Omdat wij opleiden tot beginnend beroepsoefenaar maar de toetsing nog op theoretische basis is heb ik  door verschillende rollen aan te nemen ervaringen opgedaan. Deze leermomenten heb ik doormiddel van dit verslag in beeld willen brengen. Een toets is een onderdeel van een plan. Een plan om te leren en het leerproces in beeld te brengen. 

 

Wat is een toets:

Een toets is een instrument voor het meten van iemands kennis en vaardigheden (praktische vaardigheden en houdingen) die door middel van studie en/of onderwijs op een of ander vakgebied zijn verworven aldus Cito  Nederland voor Leren. Om een goede toets te ontwerpen moet dit passen bij leerinhoud, leerdoelen en activiteiten welke gekoppeld zijn aan het kwalificatiedossier.

Bovenstaand figuur van Wiggins (understanding by design) helpt bij het bewaken van het proces van de leerdoelen en leeractiviteiten. Zodat dit proces niet andersom doorlopen kan worden, namelijk de totstandkoming van toetsen ontstaat uit vastgestelde leerdoelen en niet andersom.

Er zijn 2 verschillen bij het opstellen van toetsen namelijk formatief of summatief.

De verschillen hiervan zijn dat bij formatief toetsen basis kunnen zijn van een feedback op inzicht te krijgen van het kennisniveau. Hierbij zijn feedback en feed forward heel belangrijk. Summatief is een gegeven. Een uitkomst van deze manier van toetsing is een feitelijk onderbouwen gegeven van het kennisniveau. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een zwaarwegende toets of een toets waarbij direct gemeten kan worden en hieruit een beslissing kan plaatsvinden.

Bij het ROC zijn 3 manieren van toetsen; Kennistoets, Mondeling, Producten.

Huidige situatie
De huidige situatie van toetsing is zowel digitaal als analoog. In bijlage A is een afdruk te zien van een analoge toets.
Deze opzet is door de docent zelf opgesteld en op papier uitgegeven. Deze toets is onderdeel van een herhaaldelijke toetsing welke gekoppeld is aan hoofdstukken van een boek “werken in projecten” waarbij elke maand een toets wordt afgenomen om de actuele kennis te meten. Er zijn niet veel analoge toetsen meer naast de AVO vakken welke schrijven bijvoorbeeld in het pakket hebben, denk hierbij aan Engels en Nederlands.

Digitale toetsing
Door corona is een hoop afstandsleren opgezet. Het volgen van online-lessen. Dit is anders dan de lessen die op school worden gegeven. Buiten het “klimaat” waar de student leert leren is het ook een totaal andere omgeving waar toetsingen worden gegeven. Er zijn door AVO docenten vaste lespakketten aangeschaft welke gekoppeld zijn aan een online domein. Deze zogeheten “studiemeter” is ingericht om formatief te kunnen toetsen. Wanneer de student een bepaald aantal juiste antwoorden heeft behaald, berekend door een punten (XP) aantal kan de student een stap zetten naar het summatieve gedeelte en deze toets starten.
Bij de projectvakken is het product leidend en het proces.

Bij de praktijklessen wordt er digitaal getoetst waarbij er gekeken wordt naar de soft skills, het product en een zelfevaluatie van de student zelf. Een voorbeeld hiervan staat opgenomen in bijlage B en C.

Omdat de AVO vakken een aparte ingekochte lijn hebben in toetsing zal de scope gericht zijn op de projectvakken.
Deze vakken zijn geclusterd tot grote tijdsblokken. Projectvakken zijn afgekort naar PRAKT.


Door de grote tijdsblokken is er veel mogelijk qua toetsing daar de standaard toetsingen zijn gericht om binnen maximaal 1 lesuur te kunnen afnemen. 1 lesuur is 3 kwartier.

De grote tijdspan binnen het praktijkblok, de manier waarop kan worden getoetst en te weten dat hier ook op product kan worden beoordeeld is zelfs toetsen tijdens het vormen van een product mogelijk.

Structuur

Elk vak heeft een eigen structuur voor het afnemen van toetsen. Ondanks de scope naar het praktijkvak is hier ook een tweedeling te vinden. Er zijn namelijk 3 verschillende documenten welke gebruikt worden bij het beoordelen van een product.  Het testrapport, evaluatie en het beoordelingsformulier. Kan dit niet praktischer en overzichtelijker en is becijferen dan nog nodig?

 

Na een interview met de onderwijskundige kwamen de volgende punten naar voren;

  • Wil je een aanpassing doen in de beoordeling structuur dan moet dit wel opgenomen worden in het examenplan.
  • De criteria moet worden gelinkt aan de kwalificatie-eisen vanuit het KD.

 

Vanuit het kwalificatie dossier spreekt men van competenties welke beheerst moeten worden door de beginnend beroepsoefenaar.

  • Er mag een competentielijst opgesteld worden welke wordt opgesteld vanuit KD.
  • Producten worden gelinkt aan 3 bewijslasten: competentielijst, portfolio waarin het product zit en een periodiek gesprek waarbij de ingevulde competentielijst wordt doorgenomen met de student om de voortgang te bewaken van het leerproces niet direct van het product.

 

Op basis van de uitkomst van de gesprekken met de onderwijskundige heb ik het kwalificatiedossier doorgenomen en de inhoudt hiervan met kernbegrippen opgenomen,.

Elke WP (werkproces) heeft een onderwerp dat wordt behandeld. Bij elk onderwerp staat een verdieping. Zoals in onderstaande afbeelding wordt aangeduid.

  • Je weet hoe je feedback kunt geven en ontvangen.
  • Je kunt meedenken met anderen.
  • Je kunt technische informatie duidelijk opschrijven.
  • Je kunt meerdere oplossingen bij een probleem bedenken.
  • Je kunt uitleg geven in een groep.
  • Je kunt je verplaatsen in de situatie van anderen.

Deze opsommingen heb ik kunnen gebruiken om een competentielijst op te stellen. Zie bijlage F.
De competentielijst is in FORMS opgesteld omdat deze gekoppeld is aan onze werkaccount en dit een extra pakket is van Microsoft waar alle studenten en docenten aan gelinkt zijn.
Het fijne aan het werken met FORMS is dat de uitslagen van de ingevulde documenten direct beschikbaar zijn en elk vraagstuk (onderwerp van KD) inzichtelijk maakt hoe groot de kennis is. Zie onderstaande voorbeeld.

De gradaties van het leerproces zijn positief benaderd. Dus “slecht” of “matig” zijn niet opgenomen. Dit is “ in ontwikkeling” en “bekwaam” geworden. Buiten een balkoverzicht kan er ook een uitdraai in excel gemaakt worden waarbij per cursist de ontwikkeling zichbaar wordt. In verband met de privacy zijn de eerste kolommen niet opgenomen in verband met de AVG.

Terugblik

 Met behulp van het model van Korthagen heb ik mijzelf vragen gesteld.

Dit model hielp mij om specifiek zicht te krijgen op mijn eigen leerproces. Ook wordt er binnen het model gesproken over een reflectie van het  beroepsmatig functioneren. Dat is dan ook een raakvlak want tijdens mijn proces in mijn speurtocht c.q. leerproces binnen toetsen en beoordelen ………………………………………..

 

Hoe ben ik omgegaan met de huidige situatie en waarom heb ik een verbetervoostel willen doen?

Heeft de inbreng van de onderwijskundige mij geholpen met het vormen van een nieuw beoordelingsinstrument.

 

Bijlages:

Bijlage A: Afdruk analoge toets

Bijlage B: Voorbeeld zelfevaluatie formulier

Bijlage C: Beoordelingsformulier

Bijlage D: Testrapport

Bijlage E: Competentiescan

Bijlage F: kwalificatiedossier

Er is een onderscheid tussen summatieve en formatieve toetsen. Kneyber, R. & Sluijsmans, D. (2022, maart). Formatief handelen: Van instrument naar ontwerp (1ste editie). Phronese. Sluijsmans, D. & Segers, M. (2016, november). Toetsrevolutie: Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs. Phronese. Summatieve toetsen zijn gericht op het afsluiten van een leerperiode en op het beoordelen van leerprestaties, meestal met een cijfer. Deze toetsen hebben als doel leerprestaties te meten. Formatieve toetsen brengen de voortgang van het leerproces in kaart. De uitkomsten zijn bedoeld als input voor feedback voor zowel leerling als docent. Formatieve toetsen geven leerlingen inzicht in hun eigen leerproces en bevorderen hun motivatie. Deze toetsen hebben als doel de leerprestaties te verbeteren (oftewel leerwinst te boeken).  

Binnen onze afdeling heb ik meegewerkt aan het opstellen van het Onderwijs- en examenregeling beter bekend als  (OER). Daarbinnen wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de beide manieren van meten. Hierbij begeleid ik mijn collega's om de inhoud van de OER vast te stellen. Met de collega's hebben wij op basis van het KD een competentiescan opgesteld. De scan hebben wij daarna laten toetsen door het onderwijsbureau om de voortgang inzichtelijk te maken. Deze scan gebruiken wij als formatief meetinstrument voor de voortgang en de haljaarlijkse praktijkexamens zijn de summatieve meetmomenten.