3.1 Informatievaardigheden

3.1.1 De docent toont aan dat hij adequaat gebruik kan maken van zoekmachines en databases om zo digitaal (leer-)materiaal te ontsluiten.

Zie aub mijn linkedin profiel en werkgeschiedenis :) 

 

3.1.2 De docent toont aan dat hij sites kan beoordelen op betrouwbaarheid en authenticiteit en dat hij het belang hiervan kan overbrengen op zijn leerlingen.

De betrouwbaarheid van een website is natuurlijk heel belangrijk. Is de informatie betrouwbaar en wordt de website voor legitieme doeleinden gebruikt. Er zijn bijvoorbeeld heel veel agressieve reclame sites waar je door malware soms lastig vanaf komt. Ook kijk ik naar het slotje in de URL en de geldigheid van het certificaat. over het algemeen geven de bekendste browsers een melding indien een certificaat niet meer actief is of verlopen. Je krijgt dan als gebruiker zelf nog een extra vraag of je echt wel door wilt browsen op de betreffende website. De leerlingen onderwijzen we door o.a. het programma wat te volgen is via "Certified Secure". Ook wij als docenten doen uiteraard mee met het lesprogramma :) 

 

 

 

 

3.1.3 De docent toont aan dat hij verantwoord kan omgaan met andermans digitale producten en op de hoogte is van de regels met betrekking tot plagiaat en plagiaatpreventie.

 

Zoals in de PDG-studiewijzer van NHL wordt aangegeven zo ook werken wij bij ROC met verplichte bronvermelding. Daarnaast zijn de huidige zoekmachines op het internet natuurlijk een uitkomst. Indien er zinnen zijn die grammaticaal niet aansluiten op het normale gebruik van een betreffende leerling dan sleep ik de teksten in zoekmachines om te controleren of er geen vergelijkbare teksten online staan.
Om de informatie nog helder op het netvlies te krijgen heb ik op Kennisnet de publicatie auteursrechten en internet nog eens doorgelezen. Vooral de opsomming van de misverstanden was een leerpunt uit het document. Dat er voor publicaties bepaalde ruimte is gegeven voor onderwijsdoeleinden wist ik niet.

 

3.2 Kennismanagement

3.2.1 De docent toont aan dat hij op efficiënte wijze informatiebronnen kan organiseren en deze kan inzetten als productiefactor voor leren en lesgeven.

 

Om de opleiding van ICT te kunnen starten hebben de studenten een laptop aangeschaft. Middels een centrale bron (binnen het ROC domein) de ELO worden alle materialen verzameld en gedeeld met en voor de studenten. Er wordt niet alleen ELO gebruikt maar gebruiken we ook OneDrive in combinatie met MS teams.  

 

3.3 Mediawijsheid

3.3.1 De docent toont aan dat hij creatief, kritisch en bewust kan omgaan met actuele media.

Voor LinkedIn en Facebook heb ik een actief account. Hierbij heb ik de rechten van Facebook zo ingesteld dat alleen mijn huidige profiel foto is te zijn. Alle andere gegevens zijn afgeschermd voor "geen "toegelaten connecties'. Dit heb ik gedaan omdat ik Facebook privé gebruik. LinkedIn gebruik ik zakelijk hiervoor staat alles openbaar zodat ik kan netwerken en gegevens kan delen naar een ieder die daar informatie over wil ontvangen of lezen..

 

 

3.3.2 De docent toont aan inzicht te hebben in de manier waarop de digitale wereld invloed heeft op de opvoeding van jongeren.

Het digitale tijdperk gaat heel snel. Vooral de manier om informatie tot je te nemen veranderd. Een simpele zoekterm in een zoekmachine kan al snel het gewenste antwoord geven. De studenten kunnen niet alleen met de laptop informatie achterhalen maar ook via telefoons welke constant in verbinding staat met internet. De studenten vinden het soms erg lastig om te concentreren want de telefoon ligt geregeld op de tafel of in de buurt.
Daarom verander ik mijn lessen indien mogelijk voor zoekopdrachten of tools welke online worden aangeboden. In groepsverband in de projecten probeer ik het sociale aspect door Face 2 face en chatprogramma's te combineren. Elke project les moeten de groepen bij elkaar gaan zitten om de huidige stand van zaken door te nemen. Dit mag in het lokaal maar ook biedt ik de mogelijkheid om een spreekkamer te reserveren. Daarnaast worden de gespreksverslagen en notulen opgemaakt om te controleren of een ieder goed heeft geluisterd naar de ander. Indien er voortgang tijdens chatprogramma's als Slack of Discord wordt gebruikt dienen de akkoorden of afspraken middels een screenshot worden vastgelegd. 

 

3.3.3 De docent toont aan dat hij voor leerlingen geschikte en betrouwbare digitale leerbronnen kan selecteren, passend bij hun leeftijd , sociaal-emotionele en morele ontwikkeling.

 

Bij de verwijzing of samensmelting van de nieuwe manier van informatie vergaren is het natuurlijk wel noodzaak gerenommeerde en betrouwbare websites te raadplegen. De studenten gebruiken onder andere door mij gewezen websites of bronnen welke ik zelf van Kennisnet.nl en Leraar24 haal en uit de boeken welke ik van de website van de leverancier haal. bijv.. Brinkman uitgeverij of het bedrijf welke software of hardware matige producten levert te noemen Microsoft, HP, Acer, Dell etc. Bron: www.Brinkmanuitgeverij.nl

 

 

3.3.4 De docent toont aan dat hij leerlingen bewust kan maken van de meerwaarde en risico's van internetgebruik.

 

Via SLB (stichting praktijk leren) is er een hele mooie opdracht bedacht over mediawijsheid. Deze opdracht begint met een filmpje over informatie die op internet kan worden verspreid maar soms fake news blijkt te zijn. De risico's worden benoemd en via een klassikale discussie voorbeelden aan de kaak gesteld. Ik heb een klassikaal besproken waar de risico's over apps (applicaties) die de studenten installeren op de telefoon zichtbaar wordt.

Voor het installeren worden rechten gevraagd te accepteren alvorens het programma de app download en installeert. De rechten die sommige apps vragen zijn bijzonder te noemen als we dat vergelijken met het doel van de app. Locatie delen, toegang geven tot de algemene gegevens en instellingen van de telefoon, toegang tot de camera , microfoon., foto's en contacten. Het is een greep uit de rechten die men uit handen geeft bij het installeren van soms maar een simpele app al QR code scanner of stopwatch app .
Klassikaal heeft elke student zijn of haar mobiel gecontroleerd en dit was een mooie interactieve les waar direct zichtbaar werd welke gegevens er worden gedeeld zonder dat dit echt tot de student was doorgedrongen.
We hebben klassikaal een onderwerp gekozen of materiaal waar niemand in de klas momenteel op zou zoeken. Niemand in de klas zocht op baby luiers. We hebben alle telefoons in het midden van de klas neergelegd en spraken af dat we elk hele uur een minuut lang over baby luiers zouden vertellen met de term "baby luiers" in de zinnen. dit hebben wij 2 lessen getest. Op enkele telefoontoestellen verscheen er reclame over baby luiers in de aanbieding.

Dit zijn bijzondere maar leerzame praktische testen. Bron: www.Want.nl

 

3.3.5 De docent toont aan dat hij zich bewust is van online pestgedrag en bekend is met de geldende protocollen.

Bij de start van het school jaar van mijn coachklas heb ik aangegeven dat ik pestgedrag absoluut niet tolereer. Daarbij heb ik de geldende procedure uitgelegd door middel van het stappenplan gemaakt voor de coach. In dit document wordt het proces uitgelegd en de vijf sporen aanpak toegelicht. Daarnaast heb ik de WSV procedure uitgelegd bij ongewenst gedrag. ( waarschuwen , schorsen , verwijderen.) . Tijdens mijn coachuren maak ik gebruik van het boekje 100% jezelf. De opdrachten die in het boekje staan zijn veelvuldige reflecties over de student zelf. In mijn coach uur heb ik met een thema uit het boekje en de term ongewenst en gewenst gedrag besproken. sterke punten, zwakke punten , zogenoemde allergieën of valkuilen kwamen hierbij aan bod. Wat de ene student normaal gedrag vond, vond de ander niet fijn. Zo ook de manieren van benaderen via app of chatprogramma. In algemene teksten is de emotie niet goed te onderscheiden en is dit interpretabel. Deze manier van bespreken en bespreekbaar maken gaf een relaxte sfeer in het lokaal maar ook een open dialoog. Een leuke insteek is de update van chatfuncties om GIFS te versturen. wordt dit de toekomst? Bron: www.oadekkers.nl

 

 

3.3.6 De docent toont aan dat hij zijn leerlingen bewust om kan laten gaan met de mogelijkheden van internet en sociale media ten behoeve van het eigen leren.

Samen met de Nederlandse docente hebben wij samen met studenten een LinkedIn account aangemaakt en deze gekoppeld aan een portfolio welke applicatie ontwikkelaars moeten maken om zijn of haar skills kenbaar te maken bij een toekomstig stage bedrijf en werkgever. Deze portfolio is van soortgelijke omvang als deze website. Het gebruik van LinkedIn en de professionele manier van communiceren naar toekomstig netwerk of contacten hebben we hierbij toegelicht. Deze manier van netwerken is anders dan de opzet van wat meer gericht op privé gerichte zaken bij bijvoorbeeld Facebook.